

Jezus in plaats van heroïne
Henk Kempers (41) overwon zijn heroïneverslaving. Nu wil de Hengeloër anderen van
de drugs en drank af helpen. Met de stichting Nieuw Leven gaat hij een Twentse verslavingszorginstelling
oprichten: een polikliniek en 24-uurs-zorg met christelijke inslag.
Henk Kempers: van gebruiker tot hulpverlener in de christelijke verslavingszorg
Als Henk Kempers verslaafde vrienden en bekenden van vroeger op straat ziet, is het alsof de tijd heeft stilgestaan. ‘Ze praten hetzelfde, doen hetzelfde. Zitten nog in ontwenningsprojecten. Gaan van therapie tot therapie en vallen daarna weer terug. Net als toen. Ze willen wel verder met hun leven, maar het lukt ze niet.’
Zelf is het Kempers wel gelukt. Big Foot 50, zoals hij door zijn omgeving werd genoemd,
kwam op zijn veertiende in aanraking met drugs. Eerst was het de waterpijp, wanneer
hij bijvoorbeeld naar hardrock- of punkconcerten ging. Later kwam het hardere werk
in zijn leven: heroïne. ‘Ik had het één keer geproefd en toen was ik meteen verkocht.
Hier wil ik meer van, dacht ik.’ En dus stond er dagelijks heroïne op het menu. Uiteindelijk
een gram per dag. Kempers voelde zich er prima bij. ‘Het bracht je op een andere
planeet, waar ik niet over mezelf hoefde na te denken. Ik gebruikte, omdat ik me
ongelukkig voelde. Ik had te hoge verwachtingen van mijn ouders. Daar konden ze in
mijn ogen niet aan voldoen en daardoor heb ik het in de drugs gezocht.’
Kempers sjouwde van hulpverlener naar therapeut. Voer twee jaar lang mee op zeilschip
De Tukker (voor probleemjongeren), werd opgenomen in het Twents Psychiatrisch Ziekenhuis
Mediant en volgde talloze afkickprogramma’s. Hij zocht zelfs zijn toevlucht tot waarzeggers
en tarotkaartlezers. Helpen deed het amper, merkte Kempers. ‘Het was een psychologisch
sausje over mijn wond, maar die wond bleef gewoon bestaan. Je krijgt alleen inzicht,
meer niet. Maar mij werd niet geleerd om keuzes te maken. Ik werd telkens ontslagen
op mijn werk. Want het viel iedereen op dat ik steeds weer naar het toilet ging om
heroïne te gebruiken.’
Op een dag kwam de ommekeer. Kempers zat in een Hengelose politiecel en overdacht
zijn leven. ‘Ik dacht: verder zakken kan ik niet. Ik heb God uitgedaagd. Als U werkelijk
bestaat, laat het dan aan mij zien. Drie maanden later, op 21 oktober 1990 rond middernacht,
gebeurde iets bijzonders. Ik was op weg naar jongerencentrum Innocent, toen een groepje
mensen van de Pinkstergemeente mij op straat aansprak. Of ze met mij mochten bidden?
Het was alsof ik secondelijm onder mijn voeten had. Ik bleef staan. Zou jij God een
kans willen geven? Ik begreep het niet. Had nooit de bijbel gelezen en was nog nooit
in de kerk geweest.’
Gehuild
Kempers wilde wel praten, zij het niet op straat (‘dan zouden mijn vrienden denken
dat ik de weg volledig kwijt was’). Hij stapte in de auto van deze mensen, waar hij
ging bidden. De leden van de Pinkstergemeente ging voor in gebed. ‘God raakte mij
aan’, zo ziet Kempers het nu. ‘Ik heb gehuild. Ik heb om vergeving gevraagd voor
wat ik mijn familie had aangedaan, want ik had de boel thuis geterroriseerd. Het
was een doorbraak. Ik kon daarna opeens niet meer vloeken, had geen behoefte aan
drugs en beleefde een intense vreugde. Alsof mijn schreeuw in de politiecel plotseling
was verhoord.’
Leger des Heils
Sinds die dag in 1990 raakt Kempers geen drugs meer aan. Hij stelde zijn leven in
dienst van de hulpverlening aan verslaafden. Aanvankelijk met niet meer dan goede
bedoelingen. De flat van Kempers werd een inloophuis en overnachtingsadres voor wie
daar behoefte aan had. Vervolgens trok hij naar Rotterdam, om zijn zendingswerk professioneel
uit te voeren. Hij kwam in dienst van organisaties als het Leger des Heils, een afkickcentrum
en de internationale zendingsorganisatie Jeugd met een Opdracht.
Drie jaar geleden keerde de ex-junk terug naar Twente, waar hij inmiddels projectcoördinator
is van de stichting Nieuw Leven. Doel: het opzetten van een christelijk dagbehandelingcentrum
(polikliniek) en op termijn zelfs een kliniek voor 24-uurs-opvang. Waarschijnlijk
in Enschede. Kempers is ervan overtuigd dat er behoefte aan is.
‘De vrienden van vroeger die ik op straat zie, zijn het bewijs. Het heeft allemaal
te maken met verantwoordelijkheid en zelf keuzes maken. Dat is de manier waarop wij
willen werken. In de reguliere hulpverlening is dat heel lastig. Wij willen meer
doen dan alleen maar kijken naar de verslaving. Het gaat om je hele leven eromheen,
om scholing, om werk. Bovendien denk ik dat ik veel mensen door mijn getuigenis kan
aanmoedigen, zodat ze breken met hun verslaving.’


