

Na lang nadenken, wil ik er toch maar eens iets over opschrijven. Ik zal eerst eens iets vertellen over mijzelf, over mijn geloofsleven.
Ik ben niet-gelovig op gegroeid. Ging me op ongeveer mijn twaalfde interesseren voor geloof/religie. Ik heb veel gelezen over alle wereldgodsdiensten en besloot te kiezen tussen het hindoeïsme en het christendom. Uiteindelijk werd het toch het christendom, omdat in die tijd er nog niet veel hindoeïstische tempels in Nederland waren. Mijn zoektocht ging dus verder binnen het christendom.
Ik ging op zoek naar een kerk en kwam op mijn zestiende/zeventiende jaar terecht
bij een Vrije Baptisten Gemeente. Daar sloot ik vriendschap met een jongen van mijn
leeftijd die ook zoekende was. Hij nam een keer mee naar de Katholieke kerk en ik
was meteen verkocht. Ik vond het geweldig! Terwijl ik van te voren had gezegd dat
ik er niets mee te maken wilde hebben. Mijn beeld van de katholiek kerk was: mensen
die beelden aanbidden. Dit bleek niet zo te zijn. Ik wilde nog maar één ding: katholiek
worden. Dit bleek nog niet zo gemakkelijk te zijn. Daar moest je veel voor 'leren'.
Binnen de kortste keren kende ik de inhoud van de catechismus en wist ik bijna alles
over het katholieke geloof.
Bij de Vrije Baptisten waren ze niet blij met mijn overstap
naar de katholieke kerk. De leidster van de bijbelstudie heeft nog geprobeerd om
het me uit mijn hoofd te praten, maar ik wilde niet luisteren. Voor mij was de katholieke
kerk de ware kerk; de kerk die Jezus zelf gewild en gesticht had.
Er werd mij ook
gezegd dat ik niet tot Maria mocht bidden, maar ik wist inmiddels niet beter dan
dat Maria mijn moeder was.
Het had nogal wat voeten in de aarde voordat ik katholiek kon worden. De pastoor wilde mij niet dopen. Ik moest eerst maar eens naar een gespreksgroep. Dat zag ik helemaal niet zitten. Met vrienden ging ik toen naar een Cenakeldag van de Mariale Priesterbeweging. Een orthodoxe stroming binnen het katholicisme. Toen ik dar zei dat ik katholiek wilde worden, wilde de oude pater mij meteen de volgende maand al dopen. Ik was blij, maar toch niet echt. Want ik wilde gewoon in mijn eigen parochie gedoopt worden. Het bleek echter een goed pressiemiddel te zijn. De pastoor ging ineens overstag en nu kon dopen wel op korte termijn. Hij zal wel gedacht hebben, dat hij het dan maar beter zelf kon doen. Hij waarschuwde me voor de mensen met wie ik om ging, maar ik wilde niet luisteren.
Zo werd ik dus katholiek door het doopsel en het vormsel. Het was een mooie dag en ik heb er nooit spijt van gehad. Het toetreden tot een kerkgemeenschap opende voor mij ook de deur om mijn diepste verlangen tot uitvoering te brengen. Sinds de laatste klas van de middelbare school wist ik dat ik theologie wilde studeren. En dat ben ik dan ook gaan doen. Natuurlijk, iedereen was tegen. Ik was immers nog maar pas gedoopt. En dan ging ik ook nog studeren aan de meest liberale theologische faculteit van Nederland. Men was bang dat ik mijn geloof zou verliezen. Maar, hoe meer tegenstand, hoe sterker mijn wil werd.
Ik ging studeren. Duurde wel lang. (10 jaar) Maar nooit spijt gehad. Ik vond een goede parochie en deed actief mee: acoliet, lector en later mijn pastorale stage. Na de stage kreeg ik daar mijn bijbaantje als parochiecoördinator. Na mijn afstuderen in 2003 meldde ik mij bij het bisdom Utrecht. Ik kwam door de 'keuring'. Moest nog wel even een toeleidingscursus doen, maar mocht toch al aan het werk. De sollicitatieprocedure duurde lang. In de tijd ging ik de Bijbel lezen. Ik weet niet waarom. Tijdens mijn studie had ik wel exegese gehad, maar de Bijbel lezen dat deden we niet. Er was ook geen ruimte voor persoonlijk geloof.
Ik las het boek Handelingen over het ontstaan van de eerste christengemeenten met
het oog op het feit dat ik straks ook in een parochie zou gaan werken. Dat gebeurde
uiteindelijk ook.
Toen ik wist dat ik die baan zou krijgen, ging ik uit nieuwsgierigheid
nog een keer naar de Vrije Baptistengemeente. Ik wilde zien wat het met me deed en
dacht er kunnen twee dingen gebeuren: ik erger me er aan of het doet me nog wat.
In beide gevallen zou ik er nooit meer naar toe gaan. Maar er gebeurde niets. Niet
tijdens de dienst in ieder geval. Alleen toen ik thuis kwam... Ik heb nog nooit zó
getwijfeld aan mijn geloof! Op dat moment wilde ik dat gevoel en die gedachten niet
en schoof ze aan de kant, maar het bleef wel de hele tijd op de achtergrond spelen.
Ik ging aan het werk en vond het vooral geweldig om voor te gaan in de weekendvieringen,
om met liturgie bezig te zijn.
Maar ik bleef nog steeds elke dag lezen in de Bijbel.
Bij de dienst bij de Baptisten had ik een boekje meegenomen met de titel Genade alleen.
Ik had het aan de kant gelegd, maar haalde het nu tevoorschijn en las het. Het sloeg
in als een bom. In het kort werd hier in het evangelie uitgelegd. Nadat ik het gelezen
had, waren mijn woorden: Waarom heeft nooit iemand mij verteld dat het zó zit. Dat
Jezus voor mijn zonden is gestorven om mij te verzoenen met de Vader en mij eeuwig
leven te geven. Op die dag kwam ik tot geloof, 6 juli 2005
Eerder had ik al ontdekt dat veel dingen in de Katholiek kerk niet bijbels zijn. Het werken werd dus steeds moeilijker. Ik had moeite met het bidden voor overledenen, het knielen/aanbidden van de hostie [in de RKK is dit het werkelijke lichaam van Christus, dus Jezus zelf!], bidden tot Maria, etc. Met andere woorden, de liefde voor de RKK was uit. En dat doet pijn. Vergelijk het met liefdesverdriet of het sterven van een geliefde.
Inmiddels had ik te horen gekregen dat de parochie mijn aanstelling niet ging verlengen.
De taak waarvoor ik was aangenomen, het opzetten van jongerenpastoraat, was niet
volbracht. Ik kreeg zwijgplicht opgelegd van het parochiebestuur. Zogenaamd voor
mijn eigen bescherming. Maar het werd mij gaandeweg duidelijk dat ik niet mezelf
beschermde, maar het bestuur. Er mocht niet gezegd worden dat ik ontslagen was. Als
alles normaal was verlopen, was dit heel geloofwaardig geweest. Dan had ik een andere
aanstelling in een andere parochie gekregen en hadden we kunnen zeggen dat ik gewoon
niet op mijn plek was geweest in dit werk. Maar zo ging het niet. Ik kon door de
verandering in mijn geloof niet meer in de RKK werken. En er kwam dus geen andere
parochie.
De parochianen vroegen waarom ik weg ging. Omdat ik niet kan liegen, zei
ik dat ik niet wegging omdat ik dat wilde, maar omdat ik ontslagen was. Dit was nadat
het openbaar gemaakt was. Dit kwam het parochiebestuur ter ore en men was not amused.
Het was duidelijk dat dit bestuur zijn verantwoordelijkheid niet wilde nemen.De spanningen
tussen mij en het bestuur liepen hoog op.
Op een mooie ochtend in oktober viel ik flauw tijdens de dienst waarin ik voor ging. Ik was even van de wereld, heb ik achteraf gehoord. De ambulance is er nog bij geweest, maar er bleek niets aan de hand. Ik meldde mij ziek en ben ziek gebleven tot het einde van mijn contract. Het bestuur wilde mij niet uit de ziektewet halen. Alleen als ik weer zou voorgaan, was het antwoord. Maar ik kon het niet meer. Het zou schijnheilig zijn, want ik geloofde er niets meer van. Ik bevond mij in een geloofscrisis. Tijdens mijn ziek zijn heb ik geen enkel medeleven van mijn collega's of het bestuur gezien. Jammer, dat het zo heeft moeten gaan.
Toen de dag aanbrak dat mijn contract afliep, wilde het bestuur toch nog een afscheid organiseren. Dat wilde ik niet. Om de parochianen had ik het wel willen doen, maar niet om het bestuur. Bovendien wilde ik geen afscheidsviering. Ik zou immers toch hier blijven wonen. Ook iets wat het bestuur graag anders had willen zien. Er is een soort formeel afscheid geweest van het bestuur en dat was het dan.
Einde contract, dus. Einde RKK. Dat ook nog eens. Toen ik nog in de ziektewet zat, ging ik al naar de bijbelstudie van de Vrije Baptistengemeente. Alleen de bijbelstudie. Die vond ik erg interessant. Maar ik ging er niet naar de kerk. Dat wilde ik ook niet. Want eigenlijk wist ik niet waar ik nu naartoe wilde gaan. Lag er toch nog ergens een toekomst voor mij in de RKK? Of moest ik het echt ergens anders zoeken? Het was een soort rouwverwerking waar ik in terecht kwam, toen ik me realiseerde dat er inderdaad geen toekomst meer was in de RKK. Dat deed pijn. Het werd een gemis.
Het duurde meer dan een halfjaar, voordat ik ook naar de diensten ging op zondagochtend. Het was verschrikkelijk! Niet de inhoud van de diensten, want die waren oké. In de gemeente werd (en wordt nog steeds) het woord van God verkondigd. Het verschrikkelijke zat hem in mijzelf. Ik was altijd zenuwachtig op zondagochtend. Soms voelde ik me echt ziek. De verleiding was groot om niet te gaan, maar ik ging toch steeds maar weer. Aan het begin van de dienst kreeg ik last van vreselijke angsten die pas weg gingen als de dominee gebeden had. De rest van de dienst had ik dan nergens meer last van en achteraf was ik altijd blij dat ik toch geweest was.
Ik had een vriendin: Maria. Ja, inderdaad de heilige die in de RKK aanbeden wordt. In die tijd was ik erg met 'haar' bezig. Steeds opnieuw werd mijn aandacht op haar gevestigd. In de RKK had ik me meerdere malen aan haar toegewijd, zonder te weten wat voor effect dit op mijn leven zou hebben. De RKK leert dat Maria de vrouw is uit Openbaring. Dit hield mij enorm bezig. Langzamerhand kwam ik er achter dat dit dus niet waar was. De Mariaverschijningen, waar ik altijd in had geloofd; ik kwam er achter dat die niet van God afkomstig waren. Maar van satan. Het was een verschrikkelijke ontdekking! Het was alsof de bodem onder mijn voeten werd weggeslagen. Ik voelde me bedrogen, voorgelogen, bedonderd door de RKK. Ik heb daar veel verdriet van gehad. Niet van het feit dat ik er achter kwam dat de 'Maria' die ik kende niet de moeder van Jezus was, maar ik kwam erachter dat ik zonder het zelf geweten had, satan aanbeden had. Zonder dat ik het zelf wist, was ik met occulte dingen bezig geweest.
Eerst denk je nog dat je er zelf wel klaar mee kunt komen. Ik haalde al mijn mariabeelden
weg. Ik kon ze gewoon niet meer verdragen. Heb er zelfs één aan gruzelementen gegooid,
zo kwaad was ik op 'haar'. Maar het hielp niets. De angsten in de gemeente op zondag
bleven gewoon. Ik was met een onzichtbaar draadje verbonden aan 'maria'. Na drie
maanden heb ik het verteld aan de vrouw waarmee ik altijd naar de gemeente ging.
Ze zei, dat dit echt niet normaal was en dat ik erover moest gaan praten met de dominee.
Ik
kan je wel vertellen dat het niet fijn is als je dan te horen krijgt dat er waarschijnlijk
sprake is van een occulte binding. Ik schrok er niet echt van, omdat mijn vermoedden
al die kant uit ging. Hij heeft met mij gebeden en ik heb in dat gebed ook deze zonde
beleden.
De zondag daarop was ik niet meer zenuwachtig en de angsten zijn ook nooit
meer teruggekomen. Maar ik zorg er dan ook wel voor dat ik me nooit meer zo inlaat
met 'haar'.
Wat doe je als je bevrijd bent van een occulte binding en wanneer je beseft dat Jezus je bevrijd heeft. Ik ging nadenken. Over de doop. Ik had nog zo gezegd: Dat nooit! Maar nu was alles anders geworden. Natuurlijk probeerde ik nog wel allerlei dingen te verzinnen om er onderuit te komen, maar het verlangen werd alleen maar groter. Om een lang verhaal kort te maken: ik heb me officieel laten uitschrijven bij de RKK en heb me in december 2006 laten dopen.
Nu was ik de Vrije Baptist. Ik woon in een dorp en de gemeente is in de naburige
stad. Elke zondag ging ik dus twee keer heen en weer naar de kerk. Omdat ik zelf
geen auto heb, reed ik altijd mee met anderen. Ik ben nogal een onafhankelijke persoonlijkheid.
En dit steeds maar met anderen mee moeten gaan, begon ik steeds moeilijker te vinden.
Ik heb het ongeveer een jaar volgehouden, toen had ik er geen zin meer in. Ik ging
toen ook werken bij de post en in het begin moest ik ook vaak op zaterdag werken.
Nou, dan had ik echt geen zin meer om op zondag ook nog een keer weg te moeten gaan.
Na ongeveer drie maanden werd ik gebeld door één van de diaconessen van de gemeente
die vond dat ik de onderlinge samenkomsten niet mocht verzuimen. Inmiddels ging ik
naar een andere gemeente. Een kleine evangelische gemeente hier in het dorp. Het
is bij mij om de hoek. Dus ik ben helemaal vrij om te gaan wanneer ik wil. De diacones
vroeg wat bitcherig wat voor gemeente dat dan wel niet was. En of ze daar wel het
woord van God predikten. Het was geen aangenaam telefoongesprek.
Een paar maanden ging ik naar deze evangelische gemeente, maar toen kreeg ik toch weer een heel sterk verlangen om naar de RKK te gaan.
Er zijn dingen uit de RKK die ik écht mis, zoals de kleuren, de liturgische kleding, de kaarsen, de wierook, etc. Voor sommigen misschien slechts uiterlijke schijn, maar er zit een veel diepere en rijkere betekenis achter. Dat heb ik mogen ontdekken in de 4 jaren dat ik nu uit de katholieke kerk ben. Ik heb daar veel over nagedacht. Het kan niet zo zijn dat die dingen slecht zijn. En ik ben tot de conclusie gekomen dat dat ook niet zo is. Vandaar: Evangelisch-katholiek. Het Evangelische zit 'm in de verkondiging van het evangelie. Het katholieke heeft niets te maken met de leer van de RKK. Katholiek betekent hier niets anders dan 'algemeen'. Het enige katholieke wat ik vast zou willen houden, is zoals ik al eerder zei: de kleuren, kaarsen, wierook, etc. Dit is natuurlijk niet typisch katholiek. Deze symbolen kom je ook tegen bij de anglicanen en andere denominaties.
Ik heb de Vrije Baptistengemeente gedag gezegd. De dominee is nog wel een keer komen praten. Niet om me over te halen terug te komen, maar gewoon om de zaak goed af te sluiten. Heb in dat gesprek ook kunnen aangeven dat ik het als een probleem ervaar om steeds maar afhankelijk te zijn van anderen. Heb toen aangegeven naar de evangelische gemeente hier in het dorp te gaan. Dat deed ik toen nog wel, maar vlak voor de vakantie werd het me allemaal weer teveel en ben ik toch weer een aantal maanden weggebleven. Dat had ook vooral te maken met mijn baan. Na een jaar gewerkt te hebben, werd het contract niet verlengd. Niet omdat ik slecht presteerde, maar vanwege ziekte van de werkgever. Kanker. Waaraan hij ook is overleden. Ik vond het toen even erg moeilijk om mensen te zien. Juist omdat ik het moeilijk vind om mijn gevoelens te uiten. Ik kan over deze dingen heel goed praten zonder ook maar één teken van emotie te laten zien. Dat moet voor mensen die met mij praten raar over komen. En mensen vragen nu eenmaal in zo'n situatie hoe het met je gaat. Die confrontatie wilde ik liever uit de weg gaan.
Maar in september (2009) heb dan maar contact gezocht met de gemeenteleider. Ook om mezelf weer voor het blok te zetten om toch weer naar de gemeente te gaan en sinds die tijd gaat het goed. Ik ga nu weer zo'n 3 maanden elke zondag trouw naar de gemeente en heb zelfs aangegeven lid te worden. En inmiddels ben ik ook lid.
Het is vooral goed voor mijzelf om weer het contact met mensen op te zoeken en me niet langer aan sociale situaties te ontrekken.
Hoewel ik nu bij een christengemeente zit, die we kunnen indelen in de evangelische hoek. Voel ik me nog steeds Evangelisch-katholiek. Dat katholieke dat zit er nu één keer in en dat zal ook wel blijven. Het uit zich nu nog voornamelijk in het aanhouden van bepaalde gebruiken (kerststal, straks de vastentijd, palmtakje achter t kruisbeeld) en het in ere houden van bepaalde feestdagen. En natuurlijk in de liedjes die ik zelf schrijf. Een combi van Latijn en Nederlands en die ik nu ook 1x in de maand mag zingen in de gemeente. Dit zie ik echt als een zegen van God.
Getuigenis Tineke Buursma

